Inclusie en Emancipatie

Internationale vrouwendag 2026 #nietmijnrecht

08 maart '26

Door: Barbara Passchier

Vraagje: Wil je geslagen of geschopt worden? Jij mag kiezen!
Stel je voor dat ik je dat voorleg? Als je bekomen bent van de absurde vraag, bekijk je me eens goed. Je weegt misschien af wat harder aan gaat komen; mijn hand of mijn voet. Je bedenkt je dat een klap in je gezicht terecht komt, en een schop ergens op je onderlijf. Je kiest tenslotte voor de klap. En ik haal eens even flink uit. Je gezicht vertrekt van de pijn; “Auw!” En ik zeg; “Daar heb je zelf voor gekozen, hoor!” Maar was dit wel daadwerkelijk een keuze te noemen?

Afbeelding protest red de zorg
Foto:SP, CC BY-NC-ND3.0,SP Veenendaal 

Recht

#NietMijnRecht is het officiële thema van Internationale Vrouwendag 2026 in Nederland. “Met dit thema leggen we bloot waar de rechten van vrouwen in het dagelijks leven onder druk staan.” Volgens de website gaat het om grote tragische gebeurtenissen, maar ook om micro ongelijkheid die zich opstapelt. Niet alleen erover praten en schrijven (sorry, doe ik wel), maar grenzen stellen, stappen zetten, beleid maken, is wat deze vrouwendag in gang zou moeten zetten. Wat dat betreft denk ik dat ‘wel mijn recht’ of ‘ook mijn recht’ een betere titel was geweest. Er zijn op papier tenslotte rechten voor alle mensen, alleen in de praktijk lukt het niet iedereen om er aanspraak op te maken. Laten we zeggen dat ‘niet iedereen tot haar/zijn recht komt’.

Manipulatie

In artikel 1 van de rechten van de mens staat dat alle mensen gelijk zijn in waardigheid en rechten, en in bezit zijn van verstand en geweten. Belangrijke bron van ongelijkheid tussen man en vrouw zijn de voortplantingsorganen en alles wat daar wel of niet voort uit zou moeten komne. Juist waar het anticonceptie, zwangerschap, bevalling en opvoeding betreft, vallen er nogal wat ongelijkheden op in waardigheid en wordt verstand en geweten vaak niet in acht genomen. Marthe Kerwijk schrijft in Bevallen van een jackfruit over autonomie van barenden, de commercie, en de hele informatiemachine die op gang komt zodra je zwanger bent. Daarbij lijkt medische informatie, stomweg reclame, en alles wat daar tussenin zit door elkaar te lopen. Ik wilde dat ik haar handzame kleine boekje had gelezen toen ik zelf zwanger was. Zeer regelmatig dacht ik als zwangere bij het opnemen van al die informatie: “Dit klopt toch niet? Deze redenering en insteek kunnen toch niet de enige mogelijke zijn?” Niet zelden kreeg ik het gevoel dat ik de enige was die hier twijfels bij had en zich beduveld voelde. Zoals Kerkwijk omschrijft; in een en dezelfde nieuwsbrief staat vermeld dat je gaat bevallen van een kind zo groot als een jackfruit (stekelig) en dat je toch vooral niet bang moet zijn, negatieve verhalen moet vermijden. Wel bang (geworden, door diezelfde nieuwsbrief), dan zijn er gelukkig allemaal cursussen en producten die je kunt kopen die je van je angst afhelpen.
Ik dacht destijds: “Waarom mag ik niet bang zijn, waarom mogen negatieve ervaringen geen onderdeel van moederschap zijn? Waarom leer ik mijn hele leven dat een waardig mens haar verstand gebruikt en haar afvalstoffen niet zomaar laat vloeien in bijzijn van anderen, om als zwangere ineens blijmoedig alles van me af te laten glijden (letterlijk) en mij over te geven aan de “natuurlijke” behoeften van mijn lichaam, dat hier zogenaamd voor gemaakt is?”
Een groot scala aan mogelijkheden en keuzes, maar geen van allen leken ze mijn waardigheid intact te houden; ik mocht kiezen tussen een klap en een schop!

Onnatuurlijk

Suzanne Roes schrijft in De politiek van vruchtbaarheid dat de gespreksprotocollen rondom een sterilisatie van een man vooral gaan over het behoud van de autonomie van de man. Een vrouw die aangeeft een sterilisatie te wensen, wordt voornamelijk doorgezaagd over de spijt die ze daar wellicht van krijgt. En ondanks dat ondergaan vrouwen vaker een sterilisatie dan mannen.
Roes begint haar boek met de omschrijving van het ongelijke speelvlak als het op voortplanting en anticonceptie aankomt. Van puberteit tot en met overgang wordt alles bij hen met een baarmoeder neergelegd: “de verantwoordelijkheid, de medische ingrepen, de bijwerkingen, de risico’s als het fout gaat en een groot deel van de kosten komen op haar bordje terecht.”

Volgens haar worden vrouwen in onze maatschappij vaak nog steeds gezien als primair voortplanters, de bron en grootbrenger van kinderen. Natuurlijk moet een vrouw kinderen willen en krijgen! Zoiets als sterilisatie is dus onnatuurlijk en ongewenst. Kinderloosheid is een onvervuld leven, een leeg bestaan! Medische wetenschap en commerciele bedrijven bevestigen en verspreiden deze culturele waarden, vaak onder het mom van ‘natuur’.
Maar Roes vraagt zich af hoe we kunnen weten of dit waar is. Waar maken we uit op wat natuurlijk is en wat niet? Ja, de mens kent van nature de drang om zich voort te planten, maar we kennen evengoed van nature idealen en ambities die daarmee is strijd zijn en anticonceptie is een fenomeen van duizenden jaren oud.
En we hebben een uitgebreide medische wetenschap waarmee we een natuurlijke dood zo lang mogelijk uitstellen. Maar is die wetenschap zelf ook natuurlijk? En is iets natuurlijks dan beter dan iets ‘onnatuurlijks’?

“De technologie die beschikbaar is, kan onze plichten en rechten radicaal veranderen.” schrijft Roes. Wat er technisch allemaal mogelijk is, is niet altijd wenselijk. De technologie werpt morele vragen op, maar de manier waarop een cultuur kijkt naar ‘natuurlijkheid’ en de mens, bepaalt hoe we die vragen beantwoorden.
Ik denk dat we bij techniek niet alleen naar het medische moeten kijken, maar ook naar het commerciële.

Ook econoom Sophie van Gool schrijft in haar columns en boek over hoe zo ongeveer iedereen verdient aan kinderen, behalve hun moeders, die gaan er vaak op achteruit. Kerkwijk beschrijft zelfs het proces waarbij de belangen van moeders lijnrecht en onverenigbaar tegenover dat van de kinderen wordt gezet. En hoe kan je nou als moeder niet voor je kinderen kiezen? Onnatuurlijk! En zo wordt het verstand en geweten van vrouwen ondermijnd, om nog maar te zwijgen van waardigheid. Dus kunnen vrouwen en moeders weer kiezen uit een schop en een klap! (En ja, ook mannen/ vaders ervaren veel nadelen van deze patriarchale systemen)

Hoe beslis je eigenlijk nog zelf over je lichaam, je bevalling, de opvoeding van je kind, vraagt Kerkwijk zich af. Hoe behoud je autonomie? En wat voor soort autonomie moet dat zijn wil het een keuze kunnen maken tussen alle klappen en schoppen van de natuur, de overheid en de bedrijven?

Sociale autonomie

Kerkwijk en Roes benoemen allebei sociale autonomie. Vaak begrijpen we autonomie als een eigenschap van de wil van een persoon die losstaat van zijn omstandigheden. Voor een barende vrouw is zo’n opvatting van autonomie net zo bruikbaar als een voiceover die beweert dat tijgers solitair leven, terwijl je op dat moment drie tijgerwelpjes op je scherm voorbij ziet hobbelen, die zo’n anderhalf tot drie jaar bij hun moeder blijven wonen, waarna het volgende nestje zich aandient.

Kerkwijk haalt de sociale autonomie van Marina Oshana aan. Oshana “Vat persoonlijke autonomie op als de conditie van zelfbestuur, van autoriteit hebben over de keuzes en handelingen die ertoe doen voor de richting van je leven.”
Als er sprake is van deze sociale autonomie, dan wordt er aan de volgende vier voorwaarden voldaan:

  • Je bent in staat tot kritische zelfreflectie, jouw motivaties zijn van jou.
  • Je moet zonder dwang of manipulatie tot je besluit gekomen zijn
  • Je moet voldoende echte opties tot je beschikking hebben.
  • Je moet leven temidden van sociale relaties en instituties die je autonomie mogelijk maken.

Het gaat er dus niet om dat het leven van anderen geen invloed op je heeft, dat is namelijk onmogelijk. Het gaat erom dat je de juiste informatie hebt. Dat medici ook de juiste informatie krijgen op een opleiding. Dat opleidingen en protocollen gericht zijn op de juiste vragen en het behoud van autonomie evenals een goede gezondheid. Dat deze medici betaalbaar en bereikbaar zijn voor iedereen. En dat vrouwen daadwerkelijk kunnen kiezen voor kinderloosheid of kinderen proberen te krijgen, zonder dat ze eveneens moeten kiezen voor respectievelijk een onvervuld bestaan en onnatuurlijkheid, of voor armoede en belangeloosheid.

“Niet mijn recht”…. dat mogen de mannen (en vrouwen) in de politiek en de commercie wat mij betreft voortaan tegen zichzelf zeggen, zodra ze de neiging voelen opkomen om te manipuleren of te beslissen over baarmoeders en alles wat er (niet) uit voort komt.

Deze website gebruikt cookies!

Deze website maakt gebruik van cookies om uw ervaring te verbeteren en om ons te helpen onze diensten te optimaliseren. Voor meer informatie over hoe wij cookies gebruiken, lees onze cookieverklaring.