Meestal vallen de werkbezoeken in Tim’s commissies, maar heel af en toe mag ik op pad. En vlak voor het zomerreces stond een werkbezoek gepland voor de commissie ‘Bereikbaarheid en Energietransitie’ naar windlocaties. Eerder had het Provincie een aantal projectbesluiten genomen voor windenergie, en nu was het aan de Staten om eens te kijken op locatie en te spreken met betrokkenen.
Na een briefing in het dorpshuis van Vreeland – op bescheiden loopafstand van Mieke’s huis – bezochten we een vreedzame demonstratie. Bij die briefing kregen we de stand van zaken te horen, zowel over de techniek, als over het implementatieproces en de wijze waarop omwonenden worden betrokken. Terwijl we met de bus naar de locatie van het protest reden, wees Mieke aan waar ze woonde. Toen stapten we uit de bus, en baanden ons een weg door een haag van Vreelanders.
“Woesj, woesj, woesj,” riepen ze ons toe.
Dat er herhaaldelijk en nadrukkelijk verteld moest worden dat het een VREEDZAAM, protest betrof, suggereerde dat dit niet vanzelfsprekend was. Later zou ik horen waarom.
Aan het einde van de haag werden we, de Statenleden, toegesproken door de woordvoerder van de demonstranten. Ze vertelde het verhaal van Vreeland, dat altijd een hechte gemeenschap was en dat iedereen daar altijd een warm welkom mocht verwachten. Maar dat de dreigende komst van windmolens daar verandering in had gebracht. Ook zijn er zorgen over de impact die deze molens hebben op de rust, het landschap, de gezondheid van omwonenden en de waarde van het vastgoed. En zij hebben het gevoel dat deze zorgen onvoldoende worden gehoord – of dat er veel te makkelijk overheen werd gestapt.
En als de windturbines er komen, zullen zij de hele dag “woesj, woesj, woesj” moeten aanhoren.
Iets vergelijkbaars hoorden we op de volgende locatie: een zorgboerderij. Als die een torenhoge turbine in de achtertuin zouden krijgen, was het gedaan met de rust. De rust die zo ontzettend essentieel is voor de clientele van deze plek, zo betoogde de mevrouw van de zorgboerderij. De ironie wilde dat zij haar toespraak meermaals moest onderbreken in verband met het gebulder van laag overvliegende vliegtuigen op weg naar en vertrekkende vanuit het nabijgelegen Schiphol.
“Vroarrr, vroarrr, vroarrr…”
Bij de laatste locatie in Vreeland spraken we met voorstanders van de windturbines, en de Dorpsraad. Daar kregen we te horen welke impact de windplannen nu al hebben op de gemeenschap. Wie niet fel genoeg tegen is, wordt al gauw gezien als voorstander. En dat leidt tot spanningen, die soms grimmige vormen aannemen. Tot intimidatie aan toe.
Aan de Dorpsraad de moeilijke taak om een gebalanceerd verhaal uit een zwaar gepolariseerde gemeenschap over te brengen naar de Provincie. EN om binnen de gemeenschap te bemiddelen om de vrede te bewaren – en kwaadwillenden aan te spreken op hun gedrag.
De voorstanders zien veel kansen in de opwek van duurzame energie, maar worden ontmoedigd hun plannen te realiseren doordat ze op enorme weerstand van de tegenstanders stuiten. En dat is pijnlijk jammer.
Jammer, want windenergie biedt veel voordelen. Het is een schone manier om energie op te wekken – alle misplaatste spookverhalen over Bisfenol A ten spijt. En als lokaal eigendom geborgd is, kan een gemeenschap niet alleen gebukt gaan onder de lasten, maar ook delen in de opbrengsten. De (felste) tegenstanders zitten echter niet te wachten op die opbrengsten. Voor hen wegen die niet op tegen verlies aan slaap, verlies aan uitzicht, verlies aan waarde van hun huis, verlies aan rust.
En nog voordat er maar een windmolen is geplaatst, is die rust al verdwenen. Er waait een kille wind door het dorp van Mieke Hoek.
Woesj, woesj, woesj…
