Protest
Terwijl ik voorbij het Gemeentehuis in Meerkerk reed, begon ik te begrijpen waarom ik elders diende te parkeren. Op het plein voor het Gemeentehuis, dat normaliter dienst doet als parkeergelegenheid was een betoging gaande. Een handjevol ‘bezorgde burgers’, dat niet erg hun best deed om de buitenwereld ervan te overtuigen dat zij geen neonazi’s waren, had zich hier verzameld met een geluidsinstallatie en een groot bord waarop de tekst “AZC Nee” te lezen was.
Tijdens de installatie van mijn broer en de andere gemeenteraadsleden was buiten nog hun ‘muziek’ (AI-gegenereerde bagger) te horen. Voor zover ik weet is de oproep van de organisatie om “het gelijk van de andere kant niet te bewijzen” keurig opgevolgd; een Meerkerkse variant van Elsfest heeft zich in ieder geval niet voltrokken.
Dit was niet het eerste – en zeker niet het meest indrukwekkende – protest waar ik ik in mijn politieke leven te maken heb gehad…

De van te voren als vreedzaam aangekondigde “woesj woesj”-walk of shame in Vreeland, waar bewoners van de gemeente Stichtse Vecht protesteerden tegen windenergie had veel meer deelnemers. En de boeren die, als dank voor een gesprek met de Commissaris, een hoop stront achterlieten, bleven nog lang de tongen beroeren.
Nog niet zo lang geleden verzamelden de boeren zich wederom voor de entree van het Provinciehuis. Zij wilden dat het UPLG (Utrechtse Plan voor het Landelijke Gebied) in de papierversnipperaar zou worden gegooid, omdat enkele elementen hen niet aanstonden. De ironie wilde dat de architect van het UPLG, Gedeputeerde Sterk, net haar vertrek had aangekondigd; zij zou zorgminister worden in het nieuwe kabinet. Goed, daarmee zijn de plannen nog niet automatisch van tafel – en dus maakten de boeren gebruik van hun tractoren en demonstratierecht om het Provinciehuis een georganiseerd bezoekje te brengen.
Een enkel incidentje met een strontkar daargelaten, houden de Utrechtse boeren het nog relatief netjes. Van geweldsincidenten of intimidatie is er in onze provincie geen sprake. Hoe anders is dat in Brabant, waar Provinciale Statenleden thuis werden opgezocht door deurwaarders met een ‘waarschuwing’ van het ‘immer vriendelijke’ Farmers Defense Force. Toen hem werd voorgelegd dat hiermee een grens was overschreden, kondigde FDF-hoofdman Marc van den Oever aan dat hij nog veel verder wilde gaan: “Dit is pas het begin!” Hij noemde het “een signaal voor hoe we hier met elkaar omgaan.”
Ergens bekruipt me het gevoel dat hij de befaamde Brabantse gemoedelijkheid nog niet helemaal in de vingers heeft…

Met demonstreren an sich is natuurlijk niets mis. Sterker nog: het is je democratische recht; het demonstratierecht is geborgen in de grondwet. En dat is niet voor niets. De overheid is er voor de mensen, en niet omgekeerd. Dus mensen mogen het best laten weten wanneer zij het niet eens zijn met de overheid, of dat zij zijn dat een beleidsvoorstel niet het beoogde effect sorteert. Sterker nog, dit houdt de democratie levend, de samenleving functionerend en de overheid scherp. Het land maken we immers samen.
Daarom ben ik ook niet bepaald vies van demonstraties. Zo heb ik meegelopen in menig vredesmars, en heb ik al twee woonprotesten georganiseerd. Ik heb gedemonstreerd voor zorg, voor onderwijs, voor publieke energie…
Toen de aanbesteding van het Openbaar Vervoer uitliep op een fiasco, verzamelden reizigers en chauffeurs zich op de stoep voor het Provinciehuis om gedeputeerde Van Schie te laten weten dat gebrek aan materieel en personeel, extreme rituitval, uitblijvende communicatie, en algehele chaos, onacceptabel zijn. De SP was ruim vertegenwoordigd bij dit protest. Ook ik was van de partij.
Het was een mooi protest – al was het jammer dat de demonstranten daarna niet welkom waren op de (min of meer openbare) infosessie.

Maar het demonstratierecht heeft ook zijn grenzen. Als er dingen gesloopt worden, of mensen bedreigd of in gevaar worden gebracht, is het geen demonstreren meer. Dan is het relschoppen. Of terreur. En daar ben ik allerzeerst vies van.
Ook de ‘bezorgde burgers’, die op het hart gedrukt kregen om ‘de andere kant geen gelijk te geven’, wisten – in ieder geval in Meerkerk – binnen de lijntjes van het demonstratierecht te kleuren.
Hoe anders was het in de tijd daarna; op andere plaatsen.
Loosdrecht. IJsselstein. Apeldoorn. Den Bosch. Wijk bij Duurstede.
Rellen, vernielingen, brandstichting.
In Loosdrecht is zelfs een opvanglocatie in brand gestoken, waar mensen in aanwezig waren. En vervolgens werden de hulpdiensten belaagd. Nu ben in geen rechter, maar dit heeft alles weg van een terroristisch oogmerk. Was het de bedoeling dat de mensen in de opvang deze brand niet zouden overleven? Verschrikkelijk. Is dit het Nederland wat wij willen zijn? Nee toch?
Dus toen er een protest voor het andere geluid werd georganiseerd in Utrecht, was ik van de partij. Geen vluchtelingenhaat, maar solidariteit! Waar ik een paar honderd mensen verwachtte, kwamen uiteindelijk wel meer dan tienduizend! Er is toch nog fatsoen in dit land.
Na de nodige speeches liepen we een route van het Domplein naar het Jaarbeursplein. Zonder brandstichting. Zonder vernielingen. Zonder rellen.
Wat een protest!
zie ook:
- Amelisweerd niet geasfalteerd
- Actie voor beter Openbaar Vervoer
- Woonprotest in Utrecht
- Veense Woonbetoging
- Wij trokken de Rode Lijn
- De straat op voor Solidariteit
meer over provinciale staten:
