h

Novemberdebat 2008 :: Diversiteit [2]

6 november 2008

Novemberdebat 2008 :: Diversiteit [2]

In de aanloop van het novemberdebat worden er op dit weblog regelmatig artikelen geplaatst die aansluiten op het thema:

DIVERSITEIT DOOR DE JAREN HEEN

Onwillekeurig is dit tweede artikel weer afkomstig uit het Nederlands Dagblad. Een goede bron voor goedgefundeerde doch prikkelende columns.

Vrije woord

en belangrijke voorwaarde om in een pluriforme samenleving vreedzaam te kunnen samenleven, is dat men zijn levensbeschouwing niet dwingend aan de ander kan opleggen en die van een ander mag kritiseren.

In monoculturen is meestal het tegendeel het geval. In Afghanistan bijvoorbeeld, waar ironisch genoeg Nederlandse troepen strijden tegen terreur, werd onlangs een jonge journalist veroordeeld tot 20 jaar, omdat hij iets kritisch had geroepen tegen veelwijverij. Dat is in strijd met de Koran en 'dus' godslastering.

In Nederland is zoiets gelukkig ondenkbaar. Hier overtuigen we anderen van het foute van hun zienswijze door middel van het vrije woord. En niet door wettelijke of andersoortige dwang. Daarom valt er veel voor te zeggen artikel 147 tegen smalende godslastering, dat overigens al sinds jaar en dag een lege huls is, bij te zetten in de archieven van verouderde wetgeving.

Nu telt elke menselijke samenleving ook zieke geesten die het verschil tussen kritiek en belediging of zelfs smaad niet kennen. En dat kan evenzeer een bedreiging van het vreedzaam samenleven zijn. Daarom stelt de wet wel grenzen aan de vrije van meningsuiting.

Zo verbiedt art. 137 Wetboek van Strafrecht belediging van 'een groep mensen' vanwege o.a. ras, godsdienst seksuele gerichtheid of handicap. Minister Hirsch Ballin wil die bepaling nu zo uitbreiden, dat zij ook indirecte belediging van zo'n groep mensen strafbaar stelt. Dat zou bijvoorbeeld kunnen betekenen dat smadelijk spreken over de (God van de) Bijbel, de Koran, of Allah als beledigend kan worden aangemerkt.

Dat lijkt een aanscherping, maar feitelijk is het niet meer dan het vastleggen van een gegroeide rechtspraktijk. Eerder sprak de Hoge Raad namelijk uit dat homoseksuelen zich als groep beledigd mochten voelen door iemand die hun levensstijl als 'vieze en vuile zonden' had aangemerkt.

Uit een oogpunt van vrije meningsuiting moet men zich afvragen hoe wenselijk deze uitbreiding van artikel 137 is. Het biedt gemakkelijk een handvat voor bepaalde groepen in de samenleving om zich te vrijwaren van elke vorm van kritiek op hun opvattingen of levensstijl.

Daar staat tegenover dat dezelfde Hoge Raad een toetsingskader heeft geformuleerd waarbij de strafwaardigheid van beledigende uitlatingen afhankelijk wordt gemaakt van de context waarin ze werden gedaan. Daarbij geldt dat ze hun strafwaardigheid verliezen, wanneer ze beogen bij te dragen aan het maatschappelijk debat, met name als ze een politieke boodschap behelzen of een geloofsovertuiging willen uiteenzetten.

Dat biedt bijvoorbeeld ruimte om in kranten een homoseksuele leefstijl te kritiseren, in het theater God als een hersenspinsel weg te zetten of op de preekstoel Allah als een afgod te karakteriseren.

Wat is ertegen deze jurisprudentie ook direct maar tot wet te verheffen?

Door: Peter Bergwerff
Uit: Nederlands Dagblad, 5 november 2008

U bent hier