h

Macht aan de Verbeelding

6 mei 2018

Macht aan de Verbeelding

Deze maand is het vijftig jaar geleden dat er in Parijs een studentenopstand uitbrak die uitliep op een algemene staking door heel Frankrijk, waar ook veel arbeiders aan deelnamen. Het jaar 1968 wordt wel eens het revolutiejaar genoemd omdat er overal in de wereld protesten waren. Dat gold ook voor Nederland, hoewel de PROVO beweging zichzelf eerder al had opgeheven.

De eerste naoorlogse generatie was opgegroeid met veel kennis, materiele en technische vooruitgang. De politieke machthebbers echter, leken niet met hun tijd mee te zijn gegaan. De onvrede onder jongeren groeide. Er was onvrede over het onderwijs, over de werkgelegenheid, over het oorlogsgeweld en over de sociale positie van zwarten, vrouwen en homoseksuelen. Maar bovenal was er onvrede over de gevestigde orde in zijn algemeenheid, of die nou links of rechts was. Er kwam veel geweld aan de protesten te pas, van beide kanten. (N1)
Tegenwoordig wordt er soms met schaamte terug gekeken op deze periode, of het wordt gebruikt als wapen tegen de politiek van links.

'De verbeelding aan de macht' was een veel gehoorde slogan in die tijd. Het was ook het thema van de maand van de Filosofie van 2018 die in april plaatsvond. Bijbehorend essay heet 'Macht en verbeelding' en is geschreven door Femke Halsema.
Halsema onderzoekt hoe het er nu, vijftig jaar later, voor staat met Nederland. Ze vraagt zich af waarom we zo’n progressieve periode uit onze geschiedenis zo’n slechte plek in ons collectieve geheugen geven. De "revolutie" heeft in politiek opzicht inderdaad niet veel teweeg gebracht, de verschillende groepen erkenden en steunden elkaars belangen vaak niet. Tegelijkertijd is er in sociaal opzicht wel het een en ander veranderd; er kwam veel meer ruimte en vrijheid voor het individu. (N2)

Progressie en vernedering

Door zich uit schaamte te distantiëren van de jaren ’60 en ’70 lijkt het alsof de progressieve periode alleen slechte dingen heeft gebracht. Dat maakt het makkelijk voor conservatieven om de herinnering over te nemen en negatief te duiden. Een voorbeeld van conservatieven die de progressieve geschiedenis kapen vind ik in het boek 'Feminisme, terug van nooit weggeweest' van Anja Meulenbelt uit 2017. Meulenbelt haalt hier een uitspraak van de toenmalige minister Schippers aan: "onze cultuur is superieur aan anderen, want wij, met onze 'joods-christelijke' achtergrond, vinden het normaal dat mannen en vrouwen gelijk worden behandeld en dat homo’s gelijke rechten hebben."
Meulenbelt heeft een aantal opmerkingen bij deze uitspraak: Is het wel terecht dat er wordt gedaan alsof gelijkheid een gegeven is, terwijl er in feite een lange strijd voor gestreden is/wordt; is het niet zo dat de joden lange tijd helemaal niet zo populair waren; is het niet zo dat juist de christelijke kerk heeft bijgedragen aan achterstelling van vrouwen en homoseksuelen? (N3)
Daar komt nog bij dat de VVD aanvankelijk helemaal niet zo happig was op voorstellen betreffende de emancipatie vrouwen en homoseksuelen.

Meulenbelt spreekt in haar boek letterlijk over 'links', Halsema hanteert de term 'progressief'. Dat betekent natuurlijk niet hetzelfde, maar al lezende moet ik tot de conclusie komen dat de begrippen in deze boeken voor een groot deel overeen komen. Halsema definieert 'progressie' niet zozeer als zijnde gericht op verandering, maar als de mate waarop we onszelf verbeteren, waarbij ze verwijst naar Richard Rorty en Thomas Kuhn. Een samenleving verbetert zich volgens haar als we onszelf en elkaar, vooral de meest kwetsbaren, beter weten te vrijwaren van vernedering. De vernedering van bijvoorbeeld geweld, slavernij, armoede, kansloosheid, uitbuiting. (N4)

Dit doet mij denken aan het boek 'De Fatsoenlijke samenleving' van filosoof Avishai Margalit die ook in gaat op het begrip vernedering. Margalit stelt dat er sprake van is vernedering als vormen van gedrag of omstandigheden iemand een gegronde reden geven om zich geschaad te voelen in zijn of haar zelfrespect. De nadruk ligt op redenen om zich, als het resultaat van het gedrag van anderen, vernederd te voelen. Het is gebaseerd op het feit dat mensen pijn en leed kunnen ervaren, niet alleen als gevolg van fysieke handelingen, maar ook als gevolg van symbolisch geladen handelingen.
Een fatsoenlijke samenleving is volgens Margalit een samenleving waarvan de instituties mensen niet vernederen. Vernedering kan gezien worden op de volgende manieren; als uitsluiting van mensen uit de menselijke gemeenschap, of als verlies van fundamentele autonomie. (N5)
Daar zijn veel voorbeelden van te bedenken. Vaak voorbeelden waarbij de mensen uit de samenleving het niet met elkaar eens zijn, zoals de Zwarte Piet discussie. Maar ook kennen we de voorbeelden uit wat Halsema de "verzorgingsbureaucratie" noemt. Denk aan de drugsverslaafde die de kliniek die hem zou moeten helpen uit wordt gezet omdat hij drugs heeft gebruikt, terwijl hij daar natuurlijk niet voor niets zit. Deze verzorgingsbureaucratie is in de plaats gekomen van het oorspronkelijke ideaal van de verzorgingsstaat en de wens mensen te kunnen behoeden voor de vernedering van uitbuiting en armoede.

Als we de begrippen hanteren zoals Halsema en Margalit ze hanteren, dan zouden nu dus kunnen zeggen dat een fatsoenlijke samenleving misschien ook wel een progressieve samenleving zou moeten zijn. Progressiviteit is volgens Halsema streven naar een rechtvaardige en eerlijke samenleving, zelfs als we weten dat we die nooit helemaal zullen bereiken.
Conservatieven willen behouden wat we hebben. Er spreekt weinig hoop uit, maar eerder een 'beter dan dit wordt het niet'. Een voorbeeld daarvan is het neoliberalisme van de jaren ’80 waarin werd gezegd; "er is geen alternatief". De markt zou de oplossing zijn voor alle sociale vraagstukken. Deze kijk op de toekomst heeft onze verbeelding volgens Maarten Hajer, aangehaald door Halsema, de afgelopen decennia gedomineerd. (N6)

Verbeelding en het publieke domein

Maar welke macht heeft de verbeelding eigenlijk? Volgens Hajer zou het beheersen van de verbeelding van mensen zou wel eens de hoogste vorm van machtsuitoefening kunnen zijn. Verbeelding is een sociale handelingspraktijk en in die verbeelding ontstaan gemeenschappen. Halsema concludeert uit analyses van onder andere Hajer dat de verbeelding van de gemeenschap, onze gedeelde identiteit, voorwerp is van de strijd. Wat is het verhaal van onze samenleving, wat is belangrijk in onze geschiedenis? En hoe ziet onze gedeelde toekomst eruit?

Een belangrijke plek van verbeelding is het publieke domein. Hier worden ervaringen gedeeld, herinneringen aan belangrijke gebeurtenissen gereproduceerd, er worden symbolen en rituelen uitgekozen. (N7)
Een verzorgingsbureaucratie als verlengstuk van een slecht functionerende controlestaat, dat is nooit de bedoeling geweest van onze publieke instellingen. Die zouden juist het publieke domein moeten ondersteunen. Halsema haalt Hannah Arendt aan wanneer zij het heeft over het publieke domein. Het publieke domein is volgens Arendt de plek die wij gemeen hebben, de plek die ons samenbrengt, maar die tegelijkertijd voor komt dat we "over elkaar struikelen". Het is de plek waar de samenleving zich vormt. Arendt vergelijkt het publieke domein met een tafel; een geordende ontmoetingsplek die mensen met elkaar verbindt en tegelijkertijd scheidt. (N8)

Politiek van de terugtocht

Progressieven hebben het niet makkelijk om de verbeelding, en daarmee de richting van de samenleving, te kunnen beheersen. Geen verantwoordelijkheid meer durven nemen voor hun bijdrage aan het recente verleden, uit angst voor een aanval uit de conservatieve hoek, maakt het alleen nog maar erger. (N9)
Afscheid nemen van ideologieën zou voor links noodzakelijk zijn geweest volgens sommigen, alsof het ging om een "beknellend geestelijk harnas". Links zou onrealistisch zijn. Schaamte voor een omstreden verleden, schaamte om progressief te zijn, is volgens Halsema pas werkelijk gevaarlijk. Dan worden er alleen nog maar kleine stapjes gemaakt die nog slechts door kleine gedachten worden begeleidt. Halsema noemt dit "de politiek van de terugtocht". (N10)
Meulenbelt geeft in haar boek een soort gelijke boodschap als ze zegt: "We moeten ophouden met te denken dat redelijke oplossingen altijd in het midden liggen." en "Links moet zichzelf opnieuw uitvinden, en dat is niet eenvoudig." (N11)

Het is overigens niet zo dat Halsema pleit voor een grootscheepse revolutie. In tegendeel; kleine stapjes, kleine experimenten die niet het complete sociale weefsel aantasten, zijn veel wenselijker. Waar het om gaat is dat achter de kleine stapjes wel grote gedachten zitten. Waarom niet een kleine utopie die zich binnen de grenzen van de democratische rechtstaat afspeelt? Kijk bijvoorbeeld naar de experimenten met het basisinkomen.

In wat voor maatschappij willen we leven?

Als linksen en/of progressieven meer wil bereiken zou er veel meer samenwerking tussen verschillende groepen moeten zijn, zo maakt Meulenbelt duidelijk. Eén van de redenen dat de revolutie van vijftig jaar terug weinig politieke betekenis had, had te maken met het feit dat verschillende groepen hun eigen strijd streden en elkaars doelen niet overnamen. Tegenwoordig lijkt er langzaam iets op gang te komen; belangengroepen van vrouwen, mannen, zwarten, LHTBI’s steunen elkaar en elkaars acties. Maar dat is nog niet genoeg. Daarnaast hebben we ook te maken met steeds meer globalisering en het feit dat de 'working class', zoals Meulenbelt zegt, niet meer zo eenduidig is als vroeger. Toch moeten we proberen om samen op te trekken. Het socialisme moet erkennen dat die working class voor een overgroot deel bestaat uit vrouwen en mensen met een migranten achtergrond. Het feminisme moet beseffen dat veel vrouwen werken in sectoren die niet gebaat zijn bij het neoliberalisme. Een paar plaatsen aan de bestuurstafel is niet genoeg. Beiden moeten zich afvragen; in wat voor maatschappij willen we leven? (N12)

De verbeelding is aan de macht. Dat betekende in 1968 dat protestbewegingen geen genoegen meer namen met 'smalle marges' maar zich schaarden achter grootse ideeën en utopisch idealisme. Laten we dat 50 jaar later weer doen, maar dan beter! Laten we de linkse progressieve handen ineenslaan! Laten we niet bang zijn om de (kleine) utopieën en de idealen op te eisen!
Laten we zorgen dat hoop op een betere toekomst zonder vernedering onze verbeelding in beslag neemt! Laten we ons een utopische, idealistische rechtvaardige samenleving verbeelden!
En laten we die dan in kleine stapjes nastreven.

Meer lezen?
  • Macht en Verbeelding – Femke Halsema
  • Feminisme. Terug van nooit weggeweest – Anja Meulenbelt
  • De Fatsoenlijke Samenleving – Avishai Margalit
Noten

 

Zie ook:

Reactie toevoegen

(If you're a human, don't change the following field)
Your first name.
(If you're a human, don't change the following field)
Your first name.

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.

U bent hier