h

2. De neergang van de Amerikaanse middenklasse

26 juli 2018

2. De neergang van de Amerikaanse middenklasse

Dat de top van het bedrijfsleven en de politiek bij elkaar in bed liggen, maakt dat hun belangen bovenmatig worden verkozen boven die van 'gewone stervelingen'. En dat heeft een tweedeling tot gevolg.
"Er is iets totaal mis in ons land als de bovenste een procent bijna evenveel vermogen bezit als de onderste negentig procent." Schrijft Sanders. "Er is iets totaal mis als de twintig rijkste Amerikanen meer vermogen bezitten dan de onderste 150 miljoen mensen - bijna de helft van onze hele bevolking." (1)

Dit is absoluut een probleem dat wij ook kennen aan onze kant van de plas. De Belgische politicus Peter Mertens beschrijft in zijn boek 'De Miljonairstaks' de volgende situatie:
"De grote meerderheid vraagt zich elke maand af hoe ze haar leningen zal afbetalen, hoe ze toch nog een beetje kan sparen, of hoe ze de eindjes aan elkaar zal knopen. Een kleine minderheid stelt zich precies de tegenovergestelde vraag: 'Wat ga ik met mijn geld doen?' Dat is niet dezelfde vraag als 'Hoe ga ik mijn geld uitgeven?' In de orde van de multimmiljonairs is de consumptie van het nodige, en vaak ook het overbodige, meestal al lang overtroffen." (2)

Wereldwijd neemt de ongelijkheid toe. Zelfs als het 'goed' gaat met de economie. "(...) zo'n evenwichtige groei is, los van de kwestie van de kortetermijnvolatiliteit, geen garantie voor een harmonische verdeling van rijkdom," schrijft Thomas Piketty, die een langdurige studie naar de ontwikkeling en verdeling van kapitaal heeft gedaan, "en impliceertop geen enkele manier dat de ongelijkheid van vermogensbezit zal verdwijnen of zelfs maar zal afnemen." (3)
En die toenemende ongelijkheid is een probleem, omdat de middenklasse hierdoor een neergang kent. Bestaansonzekerheid neemt toe. Het ideale burgerleven van 'huisje, boompje, beestje' lijkt steeds moeilijker te bereiken. Terwijl de middenklasse steeds kleiner wordt, ontstaat er in 'het rijke westen' een nieuwe klasse armen. Sanders ziet het. Mertens ziet het. Piketty ziet het.
Maar hoe zijn we zover gekomen?

Rijkdom voor de rijken

Sanders beschrijft hoe de Amerikaanse middenklasse, met de economie, opbloeide na de Tweede Wereldoorlog. De industrie bloeide. Werknemers hadden goede voorzieningen en een ziektekostenverzekering. Dankzij de G.I. Bill konden terugkerende veteranen studeren en droegen bij aan de economie. Er werd geïnvesteerd in infrastructuur: wegen, metrosystemen, luchthavens. De VS gingen vooruit.
"(...) hoewel er inkomens- en vermogensongelijkheid was, werden de economische voordelen veel rechtvaardiger gedeeld met de werkende gezinnen die het brede midden vormden. Dat wil zeggen, totdat machtige speciale belangen een groter en groter deel van de taart begonnen op te eisen." (4)

En daar begon het fout te gaan. Ook bij ons. "Al met al heb ik dertien oorzaken, vrijwel allemaal politieke keuzes geanalyseerd die er samen voor gezorgd hebben dat vermogen meer macht kreeg en arbeid veel minder" wordt Mirjam de Rijk geciteerd door Ron Meyer in zijn boek 'Grip'. "Daarnaast werden aandeelhouders nog belangrijker, werd alles gericht op de financiële korte termijn en was er decennialang - niet alleen bij bedrijven, maar zelfs bij de vakbeweging - sprake van een loonmatigingsdoctrine. Ook houden bedrijven al lang het principe 'voor-jou-tien-anderen' in stand." (5)
"In Europa is de verhouding kapitaal/inkomen in het begin van deze eeuw al gestegen rond de vijf à zes jaar nationaal inkomen, nauwelijks lager dan in d achttiende en negentiende eeuw en tot aan de vooravond van de Eerste Wereldoorog waargenomen niveaus." Geeft Piketty aan (6). Het hebben van geld levert dus meer op, dan hard werken. We gaan weer terug naar de situatie dat wie voor een dubbeltje geboren is nooit een kwartje zal worden. Peter Mertens bevestigt dat beeld voor België: "De rijkste families zijn tussen 2000 en 2012 wel acht keer rijker geworden. Ze bezitten nu samen zo'n 51,8 miljard euro. Hun rijkdom is voor een groot deel doorgegeven rijkdom. In de top 25 zijn niet veel 'nieuwe rijken' te bespeuren." (7)
Voor Nederland zal dat niet heel anders zijn.

de crisis

Alsof deze tweedeling niet erg genoeg was, brak in 2008 ook nog eens de bankencrisis uit. Een bankencrisis die niet alleen het gevolg was van de door het grootkapitaal gewenste dereguleringen, maar ook nog eens de tweedeling in een stroomversnelling plaatste. De rijksten werden buitenproportioneel ontzien in de 'herstelwerkzaamheden', terwijl de 'gewone stervelingen' moesten betalen voor de crisis.
"Toen voor de banken duidelijk werd hoe ondeugdelijk deze producten eigenlijk waren, en welke ramp zich aankondigde," schrijft Ron Meyer, " begonnen zij zich maximaal in te dekken en de schade alvast zoveel mogelijk af te schuiven op het nog onwetende publiek. Uiteindelijk was er een reddingsoperatie nodig die de samenleving miljarden euro's heeft gekocht. (...) Ieder voor zich en de belastingbetaler voor ons allen, is het motto van de vampierbanken." (8)

Niet alleen zagen we onze bestaanszekerheid verder afdrijven - ook onze publieke voorzieningen moesten het ontgelden omwille van het grootkapitaal.
"Alsof in 2008 niet de markt faalde, maar de publieke sector." Aldus Meyer. "Schoolklassen werden groter, de thuiszorg werd uitgekleed, in de ouderenzorg werden vierentwintiguursluiers geïntroduceerd, politiebureaus werden gesloten. (...) Overigens betekende dit niet dat Nederlandse huishoudens minder hoefden bij te dragen aan publieke voorzieningen en dus meer zelf te besteden hebben. Volgens recent onderzoek van Eurostat daalde het vrij besteedbaar inkomen van een Nederlands huishouden tussen 200-2017, terwijl ze er in omliggende landen juist op vooruit gingen. Alleen Italië, Griekenland en Cyprus deden het in de EU op dit vlak slechter dan Nederland." (9)

En in Sanders' Amerika?
"Vandaag de dag wordt de Amerikaanse Droom voor te veel gezinnen een nachtmerrie. Een van de redenen waarom zoveel Amerikanen boos, wanhopig en angstig zijn, is dat ze zich zorgen maken over de toekomst die hun kinderen te wachten staat. Ouders werken harder dan ooit, maar hun kinderen komen niet vooruit." (10)

Onrechtvaardige belastingdruk

Werkende mensen hebben het zwaar verduren gehad in de crisis. Zowel de publieke voorzieningen als hun vrij besteedbare inkomen gingen erop achteruit. En de rijken die gingen er juist op vooruit: Rolls Royce verbrak in 2011, midden in de crisis, een verkooprecord dat al stond sinds 1978. Hoe kan dat, in tijden dat we 'allemaal de broekriem moesten aanhalen'?
Dat is niet alleen omdat de rijken het metaforisch gezien sowieso zonder broekriem kunnen stellen, maar ook door hun invloed op de politiek die ervoor zorgde dat zij op welhaast magische wijze ontzien werden - en worden - in hun belastingverantwoordelijkheid.
"Zo kent Nederland bijvoorbeeld nauwelijks een vermogensbelasting en daalde het toptarief van de winstbelasting (de vennootschapsbelasting) in de afgelopen decennia van bijna 50 procent naar 25 procent. Rutte wil verdere verlaging naar 21 procent. Een steeds groter deel van de belastinginkomsten moet daarom worden opgebracht door Arbeid, oftewel: iedereen die werkt." Schrijft Ron Meyer. "De conclusie is even pijnlijk als overzichtelijk: degenen die het meest verdienen, betalen minder belasting, degenen die het minst verdienen juist meer." (11)

Naast die belastingverlagingen zijn er ook nog tal van constructies die het bedrijfsleven kan toepassen om belasting te ontduiken. En ons koude kikkerlandje blijkt net zo'n belastingparadijs te zijn voor multinationals!
"Dit zorgde voor  verminderde belastingopbrengsten die moesten worden opgevangen door mensen, want de kosten van de infrastructuur en andere publieke voorzieningen moesten nog altijd door iemand worden opgebracht. Terwijl de belastingdruk verschoof ten nadele van de mensen, bleef hun loon structureel achter op de winsten van de bedrijven, maar ook op de salarissen in de top van de bedrijven." Analyseert Ron Meyer. (12)
En je kunt er vergif op innemen: de afschaffing van de dividendbelasting, die door Shell, Unilever en andere bedrijven zijn bedongen bij Mark Rutte, zullen ook worden afgewenteld op de werkenden.

Als wij het hebben over de problemen van inkomens- en vermogensongelijkheid is het niet - zoals rechtse liberalen graag beweren - uit afgunst tegen mensen die door hard werken een goede boterham hebben verdiend.
Het gaat erover dat hard werken geen boterham meer oplevert.
Dit gaat niet over afgunst, dit gaat over rechtvaardigheid!

Op naar nieuwe rechtvaardigheid

Rechtvaardigheid is een waarde die helaas maar wat naar de achtergrond is geraakt. Dat vindt ook Jan Terlouw, die aan het woord komt in Ron Meyer's boek 'Grip':
"Wat dacht je van de waarde rechtvaardigheid? Hoe kan een regering miljardenvoordelen gunnen aan het grootbedrijf, terwijl dat niet geldt voor het midden- en kleinbedrijf? Zelfs zondr het parlement te informeren. Als dat geen voorbeeld is van hoe we geïndoctrineerd en overheerst worden door het kapitaal..." (13)
Terlouw heeft gelijk - en heeft het probleem bij de wortel te pakken. Het kapitaal heeft het voor het zeggen; de overheid is er meer en meer voor hen en steeds minder voor de gewone mensen. Wij zijn er enkel om de kosten op te brengen, terwijl de winsten voor Shell en consorten zijn.
"Vergis je niet," zegt Sanders, "de economische taart wordt steeds groter, maar de armen en de mensen uit de middenklasse krijgen steeds kleinere stukjes." (14)

Waar we naartoe moeten is een nieuwe rechtvaardigheid. Een wereld waarin de overheid en de economie ten dienste van ons allemaal staan.
De volgende uitspraak wordt toegedicht aan John Adams (1725-1826), een van de 'Founding Fathers' en de tweede president van de Verenigde Staten:
"De overheid is aangesteld voor het algemeen belang: voor de bescherming, veiligheid, welvaart en het geluk voor de mensen; en niet voor de winst, eer, private belangen van enig individu, familie of klasse." (15)
Deze Amerikaanse droom is géén nachtmerrie.
Hiervoor zet ik mij graag in.
Dàt is rechtvaardigheid.


NOTEN:

 

1, 4, 10, 14. Sanders, B., Onze Revolutie - een toekomst om in te geloven, Starfish Books 2016; vertaling Menno Grootveld 2018

2, 7. Mertens, P. (red), De miljonairstaks - en zeven andere briljante ideeën om de samenleving te veranderen, EPO 2015

3, 6. Piketty, T., Kapitaal in de 21ste eeuw, Éditions du Seuil 2013; vertaling Lidewij van den Berg, Marianne Kaas, Ankie Klootwijk, Daan Pieters en Manik Sarkar 2014

5, 8, 9, 11, 12, 13. Meyer, R., Grip - in gesprek over de staat van ons land, Prometheus 2018

15. Afbeelding met citaat, verspreid op TWITTER - o.a. door Angwin, R.; vertaling door mijzelf

Reactie toevoegen

(If you're a human, don't change the following field)
Your first name.
(If you're a human, don't change the following field)
Your first name.

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.

U bent hier